De Krachtcentrale | It's the most wonderful time of the year. Or is it?

Elke ochtend sta ik om 6 uur op. In de winter is het dan nog donker buiten. Iedereen roept in deze tijd van het jaar dat de dagen zo kort zijn, maar voor mij zijn ze heel lang. Als ik na het wakker worden op de rand van mijn bed ga zitten, voel ik me namelijk alsof ik door een vrachtwagen overreden ben. “Ik ben kapot”, hoor ik mijzelf dan vaak zeggen. Een vermoeidheid die maakt dat het overal pijn doet, zal ervoor zorgen dat de dag doorkomen voelt alsof ik me door stroop moet voortbewegen. Met behulp van een paar koppen koffie gun ik mijzelf ‘s ochtends de tijd om rustig wakker te worden, voordat ik daadwerkelijk aan de slag hoef. Je zo uitgeput voelen terwijl er nog een lange dag te gaan is voordat ik weer in mijn bed plof, is deprimerend.

Jarenlang heb ik mij afgevraagd waarom ik me in de wintermaanden toch zo somber voel. Meer nog dan anders, bedoel ik. De feestdagen hebben vooral een grote invloed op mijn somberheid. Ik heb kerst altijd al een opgeklopt gedoe gevonden. De energie van mensen verandert in die periode. Verwachtingen over sociaal contact nemen volgens mij onrealistische vormen aan. De alomtegenwoordige hang naar ‘gezelligheid’ voelt als een verplichting - met veel stress als gevolg. Alles is erop gericht om het “the most wonderful time of the year” te laten zijn. Van de gemaakt opgewekte kerstmuziek in winkels, tot aan de reclameposters in bushokjes. Overal wordt ons duidelijk gemaakt wat het ideaalbeeld moet zijn: met vrienden lachend aan tafel het glas heffen op een fantastisch leven, terwijl je een overdaad van eten wegwerkt. Tijd doorbrengen met een groep mensen wordt in onze samenleving gezien als normaal, via de verplichte kerstborrels en gezellig gourmetten met de hele familie. Mij bekruipt het gevoel dat er geen ontkomen aan is, contact met anderen is hoe het hoort. Terwijl samenkomen met meerdere mensen voor mij te druk is en nep voelt, omdat de gesprekken vaak inhoudelijk nergens over gaan.

Mijn familie weet dat ik een hekel heb aan deze festiviteiten. Ze verwachten al jaren niet meer dat ik kerst bij ze kom vieren, omdat ik ze persoonlijk ben gaan vertellen hoe ongelukkig het me maakt om te doen alsof. Nadat ik de diagnose autisme kreeg, ben ik namelijk voor mijzelf op een rij gaan zetten welke situaties zorgen voor overprikkeling. Daarbij heb ik toen ook zorgvuldig gekeken naar het contact met anderen; af en toe een kop thee drinken met iemand in een rustig café ervaar ik als positief, van een paar uur op verjaardagsvisite gaan kan ik dagen lang last hebben. Ik ben me gaan realiseren dat ik me niet goed voel bij wat ‘de norm’ van gezelligheid is en weet ook dat het sociaal niet wenselijk is om dat te zeggen. Vroeger schopte ik door het maken van cynische opmerkingen tegen de (voor mij) kunstmatige familiesituaties aan. Meedoen met wat er in sociaal opzicht van je verwacht wordt is er in onze cultuur van jongs af aan ingepompt, waardoor ik me nooit realiseerde dat ik ook de keuze had om er niet meer aan deel te nemen. Ik ben me gaandeweg steeds bewuster geworden van het belang van rust voor mijn algehele welzijn. En heb geleerd hieraan vast te houden, dus ook wanneer deze basisbehoefte absoluut niet overeenkomt met wat anderen wensen of verwachten.

Het is voor mijn familie misschien nog steeds moeilijk om te begrijpen waarom ik kerst als iets nutteloos beleef, omdat het samenzijn voor hen een zingevende viering is. Door trouw te blijven aan wat voor mij goed is, stel ik weliswaar mensen teleur maar doe ik mijzelf niet langer geweld aan. Inmiddels hoef ik gelukkig nergens meer met kerst opgedoft op te komen draven. In plaats daarvan kan ik doen waar ik zelf zin in heb. Ik doe mijn dagelijkse routines in mijn joggingpak, luister veel naar muziek, kijk eindeloos documentaires op Netflix en niets maar dan ook niets in mijn man cave verwijst naar de eindejaars tradities. Familiebezoekjes zijn kort maar krachtig, we zoeken elkaar op wanneer ik ruimte heb voor interesse in hen. Dat is volgens mij een goede basis voor oprecht contact. Ik heb dan ook mensen om me heen verzameld die dit helemaal kunnen begrijpen en mij ondersteunen in het kiezen voor wat bij me past.

Als de eerste zonnestralen weer in mijn woonkamer naar binnen schijnen en ik die warmte op mijn lijf voel, gaat er een tinteling door mijn lichaam omdat ik weet dat de donkere dagen weer plaats gaan maken voor de lente. Dan word ik meteen vrolijker en optimistischer. De druk van de donkere dagen vol verplichte gezelligheid is er af. Ik trek weer meer de natuur in, op de combinatie van beweging en rust doe ik het heel goed. Hoe is dat voor jou?

René Nagtegaal en Sandra Lange